KenniscentrumZiekte/aandoeningHernia › Hernia in de lage rug › Hernia in de lage rug

Hernia in de lage rug

Een hernia is een ander woord voor ‘uitstulping’. Er zijn vele verschillende type hernia’s waaronder de liesbreuk, de navelbreuk en de nekhernia. Veelvoorkomend is de lage rughernia.
 
Een uitstulping van de tussenwervelschijf in de wervelkolom wordt ook wel Hernia Nuclei Pulposi genoemd (HNP). Deze hernia van de rug drukt tegen de zenuw(en), waardoor uitstralende pijn in de benen ontstaat.
Een hernia kan in principe overal in de rug voorkomen, maar meestal zit deze in de onderrug tussen de onderste twee lendewervels of tussen de onderste lendewervel en het heiligbeen. Een hoge rughernia komt veel minder vaak voor.
 
Een hernia komt het meest voor bij mensen tussen de twintig en de veertig jaar. De exacte oorzaak voor het ontstaan van een hernia is niet bekend. Wel komen hernia’s in sommige families vaker voor.
Een hernia gaat in de meeste gevallen vanzelf over. in sommige gevallen is het raadzaam de hernia te opereren.

Klachten lage rughernia

De druk op de zenuw veroorzaakt pijn. Deze pijn kan hevig zijn.
De volgende verschijnselen kunnen optreden:
  • (felle) pijn in het been meestal uitstralend vanaf uw rug;
  • een doof gevoel in het been;
  • prikkelingen of verlammingsverschijnselen van het been;
  • pijnscheuten in het been bij hoesten, niezen en persen;
  • pijn in uw rug en been bij het bewegen van de rug, vooral bij het bukken;
  • een afwijkende houding, bijvoorbeeld scheefstand van de romp. 
 
Als een zenuw bekneld raakt die te maken heeft met de controle van de blaas, is het mogelijk dat u niet meer kunt plassen of ongemerkt urine verliest.

Diagnose

De plaats van de pijn en de verschijnselen geven vaak al aan welke zenuw in de knel zit.
Om de diagnose te verduidelijken kan het nodig zijn om röntgenfoto’s te maken en een MRI-scan van de onderrug te doen. In sommige gevallen wordt een CT-scan gedaan.

Behandeling

Vaak (bij 75% van de patiënten) gaat een hernia vanzelf weer over. Dit kan wel 8 weken duren. Blijven bewegen is belangrijk, ook bij een hernia. U kunt pijnstillers krijgen tegen de pijn en om bewegen makkelijker te maken. Soms helpt fysiotherapie. 

Operatie

Gaat de hernia niet vanzelf over, dan is voor een aantal patiënten een operatie een mogelijkheid. Een operatie, hoe weinig ingrijpend deze ook zal zijn, beschadigt altijd de rug.
Het moment van opereren hangt in grote mate af van de pijnklachten. Een neurochirurg zal een operatie binnen 6 maanden na het ontstaan van de hernia adviseren, omdat langer wachten vaak ook een langer herstel na de operatie betekent.
 
Bij een operatie haalt de neurochirurg de uitstulping weg. Daardoor verdwijnt de druk op de zenuw en gaat de pijn in het been over. Pijn in de rug kan hierdoor verminderen. Verlammingsverschijnselen kunnen verbeteren, maar dit kan nog maanden duren.
De operatie zal onder narcose plaatsvinden of met een ruggenprik.
 
Bij de operatiemethode, die veel wordt uitgevoerd, ligt de patiënt op zijn buik op de operatietafel en maakt de chirurg een snee in de lengterichting boven de plaats waar de hernia zit. Informatie over de operatie, de risico’s, de opname in het ziekenhuis en de nazorg leest u in de folder Rughernia-operatie.
 
Alternatieve operatiemethoden zijn:
  • Een microtube operatie (MTD). De neurochirurg maakt een snee van ongeveer 2 cm en opereert door een buisje met behulp van een microscoop.
  • Een transforaminale hernia operatie (PTED). Dit is een kijkoperatie via de zijkant van de rug.
  • Percutane Laser Discus Decompressie (PLDD). Dit is een behandeling met laserlicht via een naald.
Deze methoden zijn niet voor elke patiënt geschikt. De neurochirurg kan u hierover informeren.
De arts zal u ook informeren over de risico’s van de operatie.
 
De polikliniek Neurologie is bereikbaar via (0314) 32 92 01.
 

Folders

Patiënten- en belangenorganisatie

Meer informatie vindt u bij:

Keuzehulp

Bij het maken van de keuze tussen afwachten of opereren bij een lage rughernia, kunt u gebruik maken van



Deel deze pagina: