KenniscentrumZiekte/aandoening › Hersentumor › Hersentumor

Hersentumor

Een hersentumor is een kankergezwel in de hersenen. Er zijn veel verschillende hersentumoren. Een hersentumor kan zich in de hersenen of net buiten de hersenen bevinden, onder de schedel. Bij een 'primaire' hersentumor is het kankergezwel in het hersenweefsel zelf ontstaan, maar soms gaat het om uitzaaiingen in de hersenen van kanker die zich op een andere plek in het lichaam voordoet.
Een hersentumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Ook een goedaardige hersentumor kan gevaarlijk zijn, omdat hersengebieden in de verdrukking kunnen komen. Van een goedaardige hersentumor kan iemand volledig genezen, maar de overlevingskans bij een kwaadaardige hersentumor is beperkt.
Hersentumoren komen jaarlijks bij ongeveer 1950 Nederlanders voor en ontstaat het vaakst bij mensen tussen de 40 en 70 jaar oud.

Symptomen

De plek in de hersenen, de grootte en de soort tumor bepaalt de symptomen die een patiënt heeft. Klachten die kunnen voorkomen zijn:
  • Geleidelijke gedragsverandering (zoals prikkelbaar, traag of onverschillig zijn);
  • Vergeetachtigheid;
  • Zwakte aan één kant van het lichaam;
  • Andere uitvalsverschijnselen (zoals bijv. spraakstoornissen, concentratieproblemen, dubbelzien, slechter zien, een slecht evenwicht hebben en vallen);
  • Epileptische aanvallen;
  • Hoofdpijn, misselijkheid en braken (als gevolg van verhoogde druk  in de schedel).

Soorten

Er zijn meer dan 15 soorten hersentumoren. De meest voorkomende hersentumoren zijn:
  • een glioom (tumor in de cellen die het zenuwweefstel voeden);
  • een meningeoom (tumor van de hersenvliezen);
  • een adenoom (goedaardige tumor in de hypofyse).  

Oorzaak

Wat een hersentumor veroorzaakt is nog niet bekend. Hoofdpijn is slechts zelden een symptoom van een hersentumor. Sommige tumoren ontstaan jaren nadat iemand bestraald is op het hoofd.

Diagnose

Om vast te stellen of er sprake is van een hersentumor, krijgt de patiënt verschillende onderzoeken. De neuroloog brengt eerst de klachten in kaart en beslist dan of aanvullend onderzoek nodig is. Extra onderzoek kan bestaan uit:
Na een CT- of MRI-scan weet de neuroloog of er een tumor in de hersenen zit en zo ja, hoe groot deze is. Vaak worden patiënten doorverwezen naar de neurochirurg, voor het wegnemen van een stukje weefsel (biopsie) voor verder onderzoek. Soms wordt geprobeerd zoveel mogelijk van de tumor weg te halen tijdens een operatie.
De uitslag van het weefselonderzoek is na twee tot vier weken bekend. Uit het onderzoek blijkt om welk soort tumor het gaat, of deze goedaardig of kwaadaardig is.  Dit is belangrijk voor het bepalen van de eventuele verdere behandeling.  

Behandeling 

Behandeling van een hersentumor kan bestaan uit een operatie, bestraling, chemotherapie of afwachten. En kleine goedaardige tumor kan onbehandeld blijven zitten als hij niet snel groeit en weinig klachten geeft. Wel blijft de patiënt dan onder controle.
Wanneer een patiënt last heeft van een verhoogde hersendruk door de hersentumor wordt meestal begonnen met  behandeling met medicijnen (corticosteroïden).  

Operatie

Het operatief weghalen van een hersentumor is gevaarlijk en niet altijd mogelijk. Het risico bestaat dat bij het weghalen van een tumor gezond hersenweefsel beschadigd raakt. Wanneer een operatie wel mogelijk is, maakt de chirurg een luikje in de schedel en haalt via deze opening zoveel mogelijk van de tumor weg. Daarna volgt vaak bestraling van de achtergebleven tumorcellen. Na een operatie is er kans op een bloeding of infectie. Een hersentumor is soms niet volledig te verwijderen; dit hangt er af van het type tumor. Bij kwaadaardige tumoren komt de tumor na verloop van tijd bijna altijd weer terug.

Bestraling 

Bestraling of radiotherapie betekent behandeling van de hersentumor en het omliggend weefsel met röntgenstraling. Bestraling kan nodig zijn na een operatie. Ook kan een patiënt bestraling krijgen wanneer een operatie van een hersentumor niet mogelijk is, omdat de tumor op een moeilijke plek in de hersenen ligt of de operatie meer schade zal veroorzaken, met verlamming of spraakstoornissen als gevolg. Tijdens de bestraling krijgt de patiënt een frame op het hoofd, waarmee de chirurg de precieze plek voor de bestraling bepaalt. Dit gebeurt vaak bij tumoren aan het hersenvlies (meningeomen).  
Bestraling vindt plaats bij de Radiotherapiegroep in Arnhem. 

Chemotherapie

Chemotherapie wordt vaak gegeven bij een primaire hersentumor. De medicijnen doden de snel delende tumorcellen.
Na behandeling blijft een patiënt onder controle. De hersentumor kan terugkomen en een nieuwe behandeling kan dan nodig zijn.

Gevolgen

Een hersentumor of behandeling van een hersentumor kan grote gevolgen hebben. Welke gevolgen dat zijn, hangt af van de plek van de tumor en de aantasting van het hersenweefsel door de behandeling. Een patiënt kan last krijgen van:
  • Vermoeidheid en futloosheid;
  • Ongeremde emoties;
  • Taalstoornis (afasie);
  • Epileptische aanvallen door littekenweefsel;
  • Apraxie (handelingen niet meer in de juist volgorde doen);
  • Neglect (niet merken wat zich aan een kant van het lichaam gebeurt);
  • Aan een kant blind zijn. 

 Meer informatie

Patiëntenvereniging

·      
·         



Deel deze pagina: