KenniscentrumZiekte/aandoeningHoofdpijn › Clusterhoofdpijn › Clusterhoofdpijn

Clusterhoofdpijn

De meest zeldzame vorm van hoofdpijn is clusterhoofdpijn, waarbij de aanvallen in groepjes (clusters) komen. De pijn is meestal zeer heftig en gaat vaak gepaard met de drang om te bewegen. Mensen hebben weken of maanden veel hoofdpijnaanvallen, en daarna maanden of jaren geen aanvallen. Maar er zijn ook mensen met dagelijkse clusterhoofdpijn. Meestal is het goed te behandelen met medicijnen. Naar schatting lijden 10.000 Nederlanders aan deze vorm van hoofdpijn. Het komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Symptomen

Een aanval van clusterhoofdpijn duurt gemiddeld een uur tot anderhalf uur. Symptomen van clusterhoofdpijn zijn:
  • Pijn treedt meestal op in aanvallen (clusters);
  • Pijn aan één kant van het hoofd, achter het oog of bij de slaap;
  • Zeer hevige, snijdende of borende pijn;
  • Zeer plotselinge aanvallen, vaak ’s nachts;
  • Vaak sterke drang om te bewegen.  
Aan de kant waar de pijn zit treedt ook één van de volgende bijverschijnselen op:
  • Een rood oog;
  • Een tranend oog;
  • Een vernauwde pupil;
  • Een hangend ooglid;
  • Een ooglidzwelling;
  • Een verstopte neus;
  • Een loopneus;
  • Een zwetend voorhoofd.

Duur van de aanval

Clusterhoofdpijn kan van tijdelijke aard zijn (episodisch) of lang aanhouden (chronisch zijn).
Bij onbehandelde episodische clusterhoofdpijn kunnen aanvallen een kwartier tot drie uur duren, gedurende enkele weken tot maanden. Dat kan variëren van een aantal aanvallen in twee dagen tot acht aanvallen per dag. Vaak komt episodische clusterhoofdpijn in hetzelfde seizoen voor, bijvoorbeeld altijd in de lente of in de herfst.
Bij chronische clusterhoofdpijn zijn er geen lange perioden zonder hoofdpijn. Er is dan sprake van aanhoudende intense hoofdpijn of van een pijnvrije periode van minder dan twee weken.

Oorzaken

Clusterhoofdpijn begint meestal als iemand tussen de 20 en 40 jaar oud is. De precieze oorzaak is onbekend. Wel is er een vermoeden dat het hersengedeelte dat de biologische klok regelt, betrokken is bij de aanvallen. Dat verklaart mogelijk waarom de aanvallen vooral in de avond, nacht of tijdens een bepaalde periode van het jaar optreden.
Factoren die clusterhoofdpijn kunnen uitlokken tijdens een aanvalsperiode:
  • Alcohol;
  • Korte dutjes overdag;
  • Grote hoogtes (in vliegtuig of in de bergen);
  • Medicijnen die de bloedvaten verwijden. In een aanvalsvrije periode lokken deze factoren geen aanval van clusterhoofdpijn uit.

Diagnose

De neuroloog stelt een diagnose op basis van de klachten van de patiënt. Aanvullend onderzoek is meestal niet nodig. In bijzondere gevallen zal er een CT-scan of MRI-scan worden gemaakt.
Het bijhouden van een Hoofdpijndagboek kan de neuroloog inzicht geven in de klachten.  

Behandeling

Clusterhoofdpijn is niet te genezen maar wel goed te behandelen. Behandeling van clusterhoofdpijn bestaat uit het bestrijden en voorkomen van een aanval. Een clusteraanval gaat zo snel mogelijk over door:
  • Het inademen van 100% zuurstof (uit een zuurstofcilinder);
  • Medicijn-injecties (imigran).
De meeste mensen kunnen clusterhoofdpijn op deze manier redelijk onder controle houden. Een klein deel van de patiënten houden ernstige clusteraanvallen. De neuroloog kan dan een blokkade aanbrengen in een zenuwknoop achter in de neus (ganglion). Deze ingreep werkt niet bij iedereen.

Preventie

Het aantal clusterhoofdpijnaanvallen kan oplopen tot meer dan vijf per dag. Daarom is preventieve behandeling om de aanvallen te voorkomen van groot belang. Hiervoor kan de medicatie (zoals verapamil) voorschrijven.

Meer informatie

Folders

Patiëntenverenigingen




Deel deze pagina: