KenniscentrumZiekte/aandoening › TIA › TIA (Transient Ischemic Attack)

TIA (Transient Ischemic Attack)

verstopping in een bloedvat in de hersenen

Bij een TIA raakt een van de bloedvaten in de hersenen of het oog tijdelijk verstopt. Een deel van de hersenen krijgt enige tijd geen zuurstof waardoor plotseling uitvalsverschijnselen optreden. Per jaar krijgen ongeveer 55.000 mensen een TIA (Transient Ischemic Attack).
De patiënten worden meestal een dag opgenomen in het ziekenhuis voor een screening op risicofactoren. Een TIA brengt meestal geen zichtbare blijvende schade teweeg.
Het is belangrijk een TIA serieus te nemen, omdat het een voorbode voor een beroerte kan zijn. De behandeling van een TIA is gericht op het voorkomen van nieuwe TIA’s of een beroerte. Symptomen die kunnen wijzen op een TIA:
  • De mond trekt plotseling scheef.
  • Iemand spreekt onverstaanbaar.
  • Een arm of been wordt krachteloos.

De uitvalsverschijnselen duren enkele minuten en meestal niet langer dan 20 minuten. Het is belangrijk direct contact te zoeken met een arts, omdat er ook sprake kan zijn van een beroerte.

Oorzaken TIA

De oorzaken van een TIA en een herseninfarct zijn hetzelfde. De meest voorkomende oorzaken zijn aderverkalking (arteriosclerose) en hartritmestoornissen. Door de aderverkalking kan een ernstige vernauwing optreden van een slagader in de hersenen of een van de halsslagaders die de hersenen van bloed voorzien. Hoge bloeddruk en diabetes mellitus (suikerziekte) en een verhoogd cholesterol zijn risicofactoren voor het ontstaan van een TIA of beroerte.
 

Onderzoek
Een TIA wordt vaak direct behandeld met bloedverdunners. Daarna wordt de patiënt opgenomen op de verpleegafdeling. Daar volgen een aantal onderzoeken om de risicofactoren in kaart te brengen:

Behandeling

Na een TIA moet een patiënt levenslang bloedverdunners gebruiken om het risico op een nieuwe TIA of op een beroerte zo klein mogelijk te houden. Aan de hand van de uitslagen van de onderzoeken stelt de neuroloog een behandelplan op. De behandeling is erop gericht om herhaling te voorkomen. De behandeling kan bestaan uit:
  • Advies met betrekking tot de leefstijl;
  • Bloedverdunners;
  • Medicijnen tegen een verhoogde bloeddruk;
  • Medicijnen tegen een te hoog cholesterol.
Iemand  die een  TIA heeft gehad en een rijbewijs heeft, mag  volgens de wet 14 dagen niet autorijden.
Meer informatie hierover bij de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen of in de folder 'Motorvoertuig besturen met een ziekte/handicap'.

Nazorgpolikliniek

Ongeveer twee weken na de opname volgt een controle-afspraak op de TIA/CVA-nazorgpolikliniek. De verpleegkundige bespreekt dan of er nog vragen zijn naar aanleiding van TIA of de opname. Deze nazorgpolikliniek is te vinden bij de polikliniek Neurologie (route 38, begane grond). Na vier tot zes weken is er een controleafspraak bij de neuroloog op de polikliniek Neurologie. De situatie na een TIA kan veel vragen oproepen. Mensen voelen zich soms onzeker of angstig. Met deze vragen kan men terecht bij de verpleegkundige van de nazorgpolikliniek CVA/TIA.

Meer informatie

Folders

Patiëntenverenigingen

Overige links

 




Deel deze pagina: