KenniscentrumAlgemene informatieAnatomie › Wervelkolom › Anatomie van de wervelkolom

Anatomie van de wervelkolom

De wervelkolom bij de mens begint hoog in de nek, net onder de schedel, en loopt door tot het stuitje. Deze slinger van wervels bestaat uit 26 wervels. Het bekken, de ribben en de schouderbladen zijn verbonden met de wervelkolom. De wervelkolom steunt op het bekken en is van binnen hol. Door de wervelkolom loopt het ruggenmerg en een belangrijke bundel van zenuwen. De functie van de wervelkolom is stabiliteit geven aan het lichaam en tegelijkertijd bewegingen als buigen en draaien mogelijk maken. De wervelkolom heeft een S-vormige kromming. Door deze vorm worden schokken die ontstaan bij lopen of rennen geïsoleerd en bereiken ze niet de gevoelige hersenen.

Wervels

De wervels zijn kleine holle botjes die bovenop elkaar gestapeld zijn en de hele kolom bestaat uit:
  • 7 nekwervels (cervicale gedeelte).
    De bovenste nekwervel heet ‘Atlas’ en deze draagt het hoofd en zorgt dat u kunt knikken met het hoofd (ja-beweging).
    De tweede nekwervel heet ‘Draaier’ (Axis) en deze zorgt ervoor dat we het hoofd kunnen schudden (nee-beweging).
  • 12 borstwervels (bovenrug, dorsale of thoracale gedeelte).
    De wervels zijn verbonden met 12 ribben. Deze beschermen veel belangrijke organen zoals de longen en het hart.
  • 5 lendenwervels (onderrug, lumbale gedeelte).
    Dit zijn de grootste en sterkste botten in de wervelkolom en ze ondersteunen het  lichaam.
  • Het heiligbeen.
    Dit zijn 5 vergroeide wervels. Het beschermt de organen in het bekken.
  • Het staartbeentje (stuitje).
    Dit zijn 4 vergroeide wervels en het hangt aan het heiligbeen.


Wervel, bovenaanzichtDe naamgeving voor de individuele wervels wordt in vaktaal afgekort tot:
  • C1 t/m C7 voor de nekwervels;
  • T1 t/m T12 of Th1 t/m Th12 voor de borstwervels;
  • L1 t/m L5 voor de lendenwervels.
Tussen elke twee wervels zit een tussenwervelschijf van zachter materiaal, die ervoor zorgt dat de wervels soepel bewegen en niet snel afslijten. Aan de achterzijde van een wervel zit een ‘doornuitsteeksel’. Dit voelt u op de rug als de ruggengraat.

Ruggenmerg

Aan de binnenzijde van de holle wervelkolom zit het ruggenmerg (medulla spinalis). De wervelkolom beschermt het ruggenmerg. Vanuit het ruggenmerg komen de zenuwwortels die naar de armen, borstkas en benen lopen. Door het ruggenmerg worden prikkels geleid en verbindingen gemaakt naar de hersenen en de rest van het lichaam. De zenuwen in het ruggenmerg verbinden het lichaam en de hersenen. Ze geven bijvoorbeeld pijnsignalen door aan de hersenen. En ze geven opdrachten door voor bewegingen naar de spieren. Het enige deel van het lichaam dat zonder ruggenmerg zou  kan bewegen is het gezicht.

Dura en hersenvocht

Rondom het ruggenmerg ligt hersenvlies, de dura. Tussen de dura en het ruggenmerg zit een vloeistof, het hersenvocht, ook wel liquor of spinocerebellaire vloeistof genoemd. Dit is een heldere vloeistof die zich in en om de hersenen en het ruggenmerg bevindt. Als functie heeft dit vocht om als schokdemping te dienen. Daarnaast zorgt het voor het vervoer van voedingstoffen en afvalstoffen.



Deel deze pagina: